1953

Willemien Scholten-Kodde

Een klein Zeeuws polderdorp staat aan de vooravond van de waternoodsramp. Terwijl Burgemeester Scholten het druk heeft met de voorbereidingen voor de opening van het nieuwe raadhuis, krijgt Brigadier Van Teylingen het nare gevoel dat de aanhoudende storm weleens vreselijke gevolgen zou kunnen hebben. De burgemeester vertrouwt echter op de kennis van dijkgraaf Jacobse, een rijke boer die moet toezien op het onderhoud van de dijken. Die heeft echter andere zaken aan zijn hoofd, nu blijkt dat zijn zoon verliefd is op een boerendochter, een relatie die volgens Jacobse onbespreekbaar is. De dijkgraaf lijkt zich niet bekommeren om de gezinnen die op hem vertrouwen en achter de dijk hun huis, hun gezin en hun bezittingen hebben.

Ondanks de herhaaldelijke waarschuwingen van de brigadier wordt er zowel door de dijkgraaf als door de burgemeester geen actie ondernomen. Het openingsfeest van het nieuwe raadhuis gaat gewoon door en de wijn vloeit rijkelijk. Tot de dijken niet meer bestand blijken te zijn tegen de kracht van de opkomende vloed. Het dorp wordt overspoeld door een eerste golf, geliefden worden ruw uiteen gedreven en het water eist vele mensenlevens. Dan komt het moment waarop besluiten moeten worden genomen, maar wie neemt zijn verantwoordelijkheid?